Zalmboys na een optreden in Zwitserland, op de top van de St. Gotthardpas.

Zalmboys live in Zeeland!

 

 

Ze behoeven natuurlijk nauwelijks nog enige introductie: the Zalmboys! (in Amerika en Engeland ook wel en beter bekend als the Salmon Brothers Band).

Geen band die de laatste twee decennia zo zijn stempel heeft weten te zetten op onze hedendaagse muziek als deze door en door Hollandse formatie. Al die tijd in ongewijzigde setting en bestaande uit slechts drie jongens. Voor de mensen die de afgelopen twintig jaar ondergedoken of van de buitenwereld afgesloten zijn geweest hier nog één keer, voor de laatste keer, een korte introductie.

 

De formatie bestaat uit: Anton Rietveld, Henri van Bennekom en Kees Bekker. Op de foto zien we hen zitten kort voor hun laatste optreden afgelopen zondag in Zeeland. Vlnr: Anton Rietveld (zang, viool, cello, elektronisch orgel, hakbijl, vuur), Henri van Bennekom (zang, elektrische- en akoestische gitaar) en Kees Bekker (zang, bas, wisselend slagwerk).

 

The Zalmboys werden opgericht in 1988, in Zweden. Daar, in die eeuwig zingende (!) bossen ontmoetten de drie elkaar, tijdens een vakantie, en het was daar waar de eerste schuchtere stappen in de toentertijd door en door verrotte wereld van de populaire kruideniersmuziek werden gezet. Doel was (en is) de wereld te ‘ontkruidenieren,’ zoals zanger Van Bennekom (Van B., voor vrienden) in een interview met Rolling Stone zo scherp onder woorden wist te brengen. Dat muziek ook andere doelen kan hebben dan alleen vermaak of het uiten van passie en/of emoties, was in die tijd nog volkomen onbekend. Zanger Bekker formuleert, bescheiden als hij is, als volgt: “In zekere zin gingen Les Poppys ons in 1973 al voor met hun hit: Non, non, rien n’a changé, tout, tout  est continué (Nee, nee, ik heb niets veranderd, alles is al berekend). Maar dat werd toen niet gezien, niet herkend, niet erkend. En dus waren zo rond 1988 veel mensen erg ongelukkig, levend (nou ja: levend?) in hun virtuele schijnwereld van afgebakende schappen, kasboeken en allerlei andere 'mag het een onsje meer zijn'-nepperigheden. Gelukkig was het onze eigenste muziek die velen in deed zien dat ze hartstikke gevangen zaten in die godsgruwelijke spiraal van wat wij tegenwoordig zo verrekte goed kennen als het kruideniersdenken. Hun hele ongelukkige leven speelde zich af binnen jaren van te voren overwogen en voorgeprogrammeerde, voor- en doorberekende schappen. Gelukkig weten onze fans en vele anderen nu beter en zijn zij in staat om in één oogopslag een kruidenier te onderscheiden van een niet-kruidenier- kortom: zij weten het muffige, beperkte denken te onderscheiden van het ‘Anders denken’! Kortom: een grote vooruitgang!”

 

Nadat de band eenmaal geformeerd was, september ’88, kwam ook het succes. Als prille formatie had de band al in 1989 een megahit met (wie kent het niet?!): Brċċċċċċċ!!! een stevige, eigentijdse pop-rocksong met klassieke invloeden. In deze (inmiddels) Klassieker vallen voor het eerst de fijne, krachtige harmonieën op die als het ware ‘specialiteit van het huis’ geworden zijn. Brċċċċċċċ!!! bestond het om drie jaar onafgebroken op nummer 1 in de top 40 te staan. De b-kant van het toenmalige singletje van de band: 'Kom mee naar buiten allemaal', een frisse, vrolijke cover van de bekende song van André van Duin, was overigens in die Oranje gekleurde Nederlands Elftaltijd een grote culthit!

 

Jaar na jaar traden de Boys op en verrukten hun fans vooral live met hun immer humorvolle, frisse en speelse muzikale inbreng. Hit volgde na hit en even zo goed de ene na de andere topnotering. We noemen hier alleen hun bekendste toppers: '’t Moet niet gekker worden nu', 'Waar een hek is, is een weg', 'De generaal', 'De boot', hun carnavalsklassiekers 'Mien, waar is mijn zuigzalm?', 'Terug naar Oeteldonk', 'Tarzan in Limburg' en de voetbalkraker 'Hij gooit een sok in ’t vuur'. Verder nog 'Chocomel met mosterd' en natuurlijk niet te vergeten hun grootste hit na Brċċċċċċċ!!! : 'Ben jij egt mijn eigenste?'

 

Concurrentie –voor zover daar tenminste sprake van was, en is– volgde de Boys met argusogen, wachtend op ‘de Grote Val’, die volgens deze insiders op een dag wel komen móest. Zanger René Froger verwoordde e.e.a. in de zomer van 2004 in een lang onderhoud met De Telegraaf als volgt: "Alles en iedereen hebt sijn hoogte- en dieptepunten; ik ook, en die bois, of hoe se ook heten mogen, gaan dus echt wel een keer foor de bijl."

 

Maar de realiteit bevestigde zijn woorden niet. Integendeel, want nog geen maand na dit spraakmakende en voor de Boys niet al te vriendelijke interview, verraste de razendpopulaire formatie ('Doe-Maar taferelen' zijn inmiddels dagelijkse kost; vooral bij het huis van zanger Van B.- in de harten van erg doldrieste fans ook wel bekend onder de koosnaam: 'El Grande') wederom iedereen met een felle, krachtige song, waarin luid flesgerinkel de boventoon voert - het immer ontroerende: 'Lekker hoor'.

 

We spreken inmiddels al 2009, we zijn al ruim twintig jaar en 81 live-optredens verder en aan niets nog is te merken dat de vitaliteit van de songs vermindert. Integendeel, zoals hun Zeeuwse fans afgelopen zondag 1 juli weer mochten ervaren: op het strand (en in zee!) van Schouwen-Duiveland brachten de Zalmboys hun fans in vervoering met hun loepzuivere harmonieën, aangedikt met het zuigende, bluesy drumwerk van Bekker, doorspekt door de strakke, Roger Waters-achtige gitaarlijn van Van B. en de vlijmscherpe cello-riffs van alleskunner Rietveld.

 

Gaat dat dus zien en horen! Elke drie maanden treden de Boys minimaal eenmaal op. En, typisch 'des Zalmboys': niemand weet ooit waar! Het kan overal wel zijn.

Inderdaad, het moet niet gekker worden... !

 

İ 2010 Kees Bekker; oorspronkelijke tekst: Dordrecht, 1 juli 2007