HET GERENDAL

Het Gerendal is mijn mooiste plek -soms kom ik er met 'Running up that hill' van Kate Bush op de I-pod.
Ik kwam er voor het eerst onvoorbereid en op een lentedag. Tijdens een wandeling door Limburg liepen we pardoes het dal in, mijn vriendin en ik. Ik herinner me dat we, al verder lopende, langzamerhand gegrepen werden door een soort verbijstering. Wat we zagen waren zacht glooiende hellingen, links en rechts en afwisselend bedekt met opgaand bos, grazige weiden en korenvelden. Wat we hoorden was insectengezoem en vogelgezang. En absolute, maar levende stilte. Een plek, bedacht ik me, waar het paradijs zo gesitueerd kon worden -als dit het paradijs al niet gewoon was. Ik begreep niet hoe het mogelijk was dat ik nog nooit iemand over deze plek had horen vertellen -had horen juichen, had horen jubelen! Ik was toen toch al 42. Je zou zeggen... .

Sttt, niet doorvertellen.

              In de orchideeëntuin

Op de site van het boek "1000 PLEKKEN DIE JE ECHT GEZIEN MOET HEBBEN" (http://www.1000plekken.nl; geschreven door Flip van Doorn) schreef ik een stukje over het Gerendal, mijn eigen 'mooiste plaats in Nederland'. Met het naast de bovenstaande foto staande stukje won ik de eerste prijs (een hotelovernachting voor twee personen in een bijzonder hotel in Drenthe plus een rondleiding in het Gerendal) van de wedstrijd die eind 2007 werd uitgeschreven door de mensen van de uitgeverij van die '1000 Plekken -die je blijkbaar écht gezien moet hebben'.

Later bedacht ik me dat het wel erg is, eigenlijk, dat je over je mooiste plek een verhaaltje schrijven moet. Iedereen had die plaats allang ook moeten kennen. Aan de andere kant, misschien moet je over je mooiste plek wel helemaal geen verhaaltjes schrijven, zeker niet op zulk soort 1000 plekken sites. Die eigen speciale plaatsen -en zeker het Gerendal!- zijn vaak nog pril en niet verstoord. Met al je geschrijf zou je mensen nog eens in verleiding kunnen brengen. En voor je het weet, vindt er dan weer iets onherstelbaars plaats. En ik zeg niet eens: expres.
Maar goed, we weten ook wat er gebeurt met mensen die op paradijselijke plekken in verleiding worden gebracht ... .
Gelukkig is de lieve Heer een en al goedheid en heeft Hij ons het Gerendal geschonken. En mogen we er gewoon naar binnen. Wel zijn er appelbomen en adders. Uitkijken dus.

Op tweede Pinksterdag, 12 mei, werden we door de schrijver van het boek, Flip van Doorn, uitgenodigd voor een bezoek aan het winnende dal. In de orchideeëntuin aldaar werden we door de boswachter rondgeleid. En luisterden we naar inspirerende verhalen over het beheer van en het onderhoud aan de tuin en het landschap; verhalen van een even prachtige, bevlogen man. Zoals dat hoort ook in zo'n dal. Gezegend door zon en wolk, transparante vergezichten, prachtige bloemen, daar, in dat mooiste dal van ... in ieder geval  Nederland.

Halverwege de rondleiding kregen zowel de boswachter als ik uit handen van de auteur de tweede druk van zijn heerlijk leesbare boek, met daarin, op plaats 1000, mijn eigen plek no 1. Een fijne dag, op die plaats. Het gebeurt me niet vaak dat ik helemaal ben waar ik ben, maar die middag overkwam het me. Zomaar, op een lentedag in mei.

Hieronder het stukje over het Gerendal dat Flip van Doorn later aan zijn boek toevoegde:

 

In de orchideeëntuin

 

'Een plek waar het paradijs zo gesitueerd kan worden', noemde Kees Bekker het Gerendal. Bekker is de winnaar van de wedstrijd die in de eerste druk van Nederland – 1000 Plekken die je écht gezien moet hebben aan Plek 1000 gekoppeld was. Lezers konden een plek voordragen die naar hun idee in het boek nog ontbrak. Ik ben hem eeuwig dankbaar dat hij het Gerendal als zijn Plek 1000 instuurde. Ik had eroverheen gekeken, maar het boek was niet compleet geweest zonder de vermelding van dit onwaarschijnlijk mooie bloemendal. 
Zuid-Limburg ken ik vrij goed. De weg van Gulpen naar Valkenburg heb ik meer dan eens gereden en het was me ook heus wel opgevallen dat de omgeving er prachtig is. Dat tussen de heuvels aan de zuidkant van die weg het betoverend mooie Gerendal verborgen ligt, was me echter ontgaan. En nu ik het weet, durf ik het bijna niet verder te vertellen. Hier moeten niet teveel mensen lucht van krijgen. Dit moet geen plek worden waar duizenden mensen zich verdringen om van de kwetsbare schoonheid te genieten. Tegelijkertijd wil ik niemand deze plek onthouden. Gelukkig mogen er geen auto's het dal in. Wie de bloemenweelde wil beleven, zal de moeite moeten nemen om de benenwagen of tenminste de fiets van stal te halen. Een verkenning te voet is veruit de beste optie. Dergelijk natuurschoon moet je stapsgewijs tot je nemen, je er langzaam door laten overspoelen. Het Gerendal is een grubbe, een droogdal. Het is vier kilometer lang, gemiddeld zo'n achthonderd meter breed, met hoogteverschillen van een meter of vijftig. De schrale kalkbodem verschaft de ideale leefomstandigheden voor talloze zeldzame bloemen, waaronder twintig soorten orchideeën. Hellingen glooien aan weerszijden omhoog. Achter een van de kammen zwoegen wielrenners de Keutenberg op. Aan de andere kant liggen de terrassen en gokhallen van Valkenburg, een groter contrast is haast niet denkbaar.
Hellingbossen, hoogstamfruitboomgaarden, holle wegen en veldkapelletjes maken de idylle in het mooiste bloemendal van Nederland compleet. Wat een plek! Reeën komen er voor, en dassen. Haviken cirkelen hun rondjes boven de graanvelden. En diep verborgen in de schoot van het dal ligt een orchideeëntuin. Geen aangelegde tuin, gewoon een stuk helling met een hek eromheen waar bezoekers zich kunnen vergapen aan de orchideeënsoorten die in dit dal voorkomen. Een ongekende groene weelde. Afgelopen Pinkstermaandag mocht ik in dat prachtige decor de tweede druk van Nederland – 1000 Plekken die je écht gezien moet hebben overhandigen aan Kees Bekker en aan Huub van Proemeren, degene die namens Staatsbosbeheer de orchideeëntuin beheert. Hun aanstekelijke enthousiasme maakte de tuin nog mooier. Huub van Proemeren voorzag de verschillende biotopen van deskundige ondertitels, de omgeving kwam tot leven. Het Gerendal is een van de kroonjuwelen van het boek geworden. Waar zo'n wedstrijd al niet goed voor kan zijn...   

De orchideeëntuin in het Gerendal is in mei en juni elke dag voor bezoekers geopend. Het dal zelf laat het hele jaar bezoekers toe, mits ze niet gemotoriseerd zijn.