Vrijdag 13 Oktober 2006
Het is vrijdag de dertiende. Geluksdag, want vanmiddag zijn we door Bouwfonds uitgenodigd op de bouwplaats. Helmen op en kijken maar. Een mooie nazomerdag: wolkenvelden en wolkjes die niet weten of ze met z´n allen de hemel geheel willen bedekken of met z'n allen juist geheel zullen gaan verdwijnen. Zo aarzelend blijft het half bewolkt en lopen Esther en ik onder een afwisselend stralend blauwe, soms bedekte hemel voor het eerst sámen naar ons nieuwe huis.
Er is weer bijgebouwd. De eerste verdieping met slaapkamers en badkamer begint in het zicht te komen. Nog geen tussenmuren, ook beneden niet. Ons huis is het laatste huis waar men met metselen vandaag aan toe gekomen is. Welk een gelukkig toeval! Het metselwerk van de buitenmuren van de eerste verdieping is nog kakelvers: als kaarsvet druipen er nog speciedruipers langs de buitenzijden. Verder zeg ik niets.
Het huis lijkt nu op een in aanbouw zijnd kasteel met kantelen. Een fort! Esther was de schildwacht; ik fotografeerde haar een paar maal in verschillende richtingen lopend over de steiger aan de achterzijde - waardoor ik dat idee opeens kreeg toen ik eenmaal thuis de foto´s achter elkaar bekeek. Ze staan niet op de site, andere foto's wel: overzichtfoto's (het huis, de straat) en detailfoto's van zowel de voor- als achterzijde én de stalen constructie waarop de erker rusten zal.
Plezier!
Zaterdag 29 oktober 2006
... Vroeg en donker. Een zaterdagochtend, eind oktober. Met de eerste trein naar de bouwplaats. Utrecht-Terwijde. Zeven uur tien.
Het station is een lange, stalen vlonder op palen, in een tweedimensionaal landschap waar ongemerkt, maar onverbiddelijk een derde aan wordt toegevoegd, in alle afmetingen en vormen: beton, staal, hopen zand en kranen. En grijs, in alle tinten - het is nog lang niet licht.
Verder loop ik. Hier en daar een rijtje nieuwe huizen, een losse straat verloren er voorlangs, uitmondend in een weg die ook nog nergens heen loopt. Een brug in aanbouw ligt over een sloot in aanleg. Verweesd drijven enkele brokken tempex tussen explosief uitgedijde veldjes rietsigaren.
Nieuwbouw - oud landschap dat verdwijnt. Nieuw landschap dat in al zijn achteloosheid nog niet gekend wenst te worden, op de achtergrond blijft. De toekomst is haar wereld. Het heeft geduld. Het toont mededogen ook: het oude lijdt nog te veel pijn.
De donkere nanacht schuift over in de grijze ochtend; een bloemknop die zich stilletjes ontvouwd. Het heeft iets ongemeen hoopvols. Wat kun je allemaal niet doen met zo´n nieuwe dag? Hij is nog leeg en schoon, oningevuld en ongerept. Jong en wild, dat ook.
Op de bouwplaats drink ik hete thee en eet ik repen chocolade. Ik rook een klein sigaartje. Even wachten tot het licht wordt. Kijken naar de tinten grijs, die langzaamaan een kleurtje krijgen.
Niemand die mij ziet; ik zit tegenover ons huis-in-aanbouw in een huis in aanbouw. Ik geniet. Dit is mijn eigen oerlandschap: niemand weet dat ik hier ben, niemand zoekt me, niemand mist me. De Nederlandse nieuwbouwlandschappen zijn onze laatste wildernissen. Onze vinexlocaties als outdoorparadijs, als woeste wildernis, als meditatieruimte.
Wie had dat ooit gedacht?
© Kees Bekker, Dordrecht, 29 oktober 2006