Terug
Klas C2b, juni 2008
Klas C2b, juni 2008
Brief van leerlingen uit klas 2
Brief van leerlingen uit klas 2

C2b

 

Als leraar heb ik altijd de hoop dat mijn lessen en mijn persoonlijkheid de leerlingen boeien, dat ze gemotiveerd worden, dat ze gepassioneerd raken. Het liefst niet in mijn vak (Nederlands), maar in dát wat hen zelf het meest boeit – hoe ‘ver’ buiten de schoolse krijtlijnen zich dat ook maar mag bevinden. Ik hoop, kortom, dat mijn lessen en mijn aanwezigheid vonken doen overslaan in de ontbrandingsruimte van hun eigen dromen, niet in die van mij.

Op deze manier is lesgeven niet altijd even eenvoudig. Ik heb het niet over het overdragen van de stof. De stof overdragen is niet moeilijk, want daarvoor ben ik bevoegd. Moeilijker -en daarom vaak ook leuker- is het om als mens voor de klas niet al te hard je eigen dromen over te willen dragen, maar je bezig te houden met het overdragen van -wat ik voor het gemak maar even noem- ‘vonkjes’, pure vonkjes. Van een bepaalde mate dus van energie, die de kinderen raakt, en die van hen nog grotere kinderen maakt dan ze al zijn.

 

Soms, heel soms, voel je je als leraar ook een groter mens dan je daarvoor was. En dan weet je dat je bent geraakt door zo’n zelfde soort vonk, zo'n zelfde flits, eentje die door kinderen uit je klas, door ‘jouw eigen’ leerlingen verspreid is.

Zo’n vonk trof mij deze week, in de vorm van een briefje dat vier kinderen uit mijn C2b-klas mij gaven.

 

Ik voelde me opeens een hele grote, en vooral blije jongen.

 

Kees Bekker, zaterdag 12 juni 2008