4 december 2009
Ramses Shaffy
Op 27 september 1958 -ik was toen net drie jaar- stond er in het blad 'Eva' een interview met Ramses Shaffy. In dat gesprek zei hij: "In dit leven moet men rustpunten vinden. Wonderlijk genoeg vind ik die in het theater. Natuurlijk, er is geen chaotischer gemeenschap denkbaar en daarom vind ik er rust, omdat ik zélf chaotisch ben. Elke avond, als ik de kleedkamer binnen kom, kom ik thuis. Dan gaat het leven weer beginnen. Het leven buiten deze schouwburg gevangen in de vorm: toneel. Ik mag vanavond via mijzelf een ander zijn."
Ik las het bovenstaande fragment (zie: http://www.shaffy.nl/ramses.fanpagina.html) in de nacht van 3 op 4 december 2009. Een mooie vorm van AHA-erlebnis. In die zin dat ik al lezend begreep dat het over mijzelf ging: ik veranderde slechts de woorden 'theater', 'kleedkamer' en 'schouwburg' in respectievelijk 'school', lokaal' en 'gebouw' en het leek alsof ik het zelf geschreven had.
Zo besef je des te beter waarom je fan bent van iemand.
Zie ook op deze site onder 'Interesses' en klik door op: 'Muziek' en daarna op 'Ramses Shaffy & Liesbeth List'.
Onderstaande tekst schreef ik n.a.v. het overlijden van Ramses Shaffy en werd op donderdag 10 december gepubliceerd in ons docentenblad van het Scala College.
Het is dinsdag, 1 december. Het is avond; de eerste vorst van deze maand zit in de lucht.
Ik sta in de tuin.
De sterren fonkelen.
Het was vanochtend, tien over acht. School - net vóór het eerste lesuur loop ik door de hal, tussen de kinderen, nippend aan mijn koffie. De enige docent ben ik. Om me heen gelach, gepraat -kinderen in groepjes, kinderen die terwijl ik langsloop vluchtig omkijken en verder fluisteren, giechelend; een meisje duwt een jongen, maar zacht. Kinderen die groeten. Je mag het hoegenaamd niet zeggen, maar er zijn altijd veel kinderen die me groeten.
Zo midden tussen al die kinderen schiet plotsklaps 'Sammy' in mijn hoofd.
Ramses Shaffy.
Bijna kwart over acht zie ik op de klok.
Hoog, Sammy, kijk omhoog Sammy, want daarboven lacht de maan... , neurie ik zachtjes voor me uit.
Ik neem nog een slok koffie. Waar komt zo'n liedje toch opeens vandaan, bedenk ik me terloops. Nog meer kinderen groeten me inmiddels: vrolijke ogen, leuke ogen, lieve, zachte en ondeugende, fonkelende ogen: meisjes, jongens, kinderen uit mijn eigen mentorklas, onbekende kinderen, kinderen die mij alleen maar kennen door oogcontact. ‘Hallo, meneer Bekker!!’
‘Hoi mop!’ groet ik terug.
Even voel ik me geen leraar, maar een gelukkige passant die door al die kinderen wordt herkend. Zomaar.
Verder groetend, lachend en intens houdend van al die kinderen loop ik naar de deur van mijn lokaal, waar de meisjes van C2E me al aan zien komen.
C2E, klas 2 havo, dertig meisjes, meisjes die op school zitten omdat ze het leuk vinden, omdat ze dansles krijgen, beeldende vorming en theaterles. En Nederlands. Van mij, meneer Bekker. Drie, vier meiden stuiven op me af en ik denk: kom op, Bek, leer ze die klassieker maar eens even lekker kennen!
Mijn geneurie laat ik overgaan in luid fluisterende woorden... .
Sammy loop niet zo gebogen, denk je dat ze je niet mogen?
Ik trek malle gezichten en zing gekke bekken-trekkend verder, armen naar de hemel opgeheven. Theater, drama, ben ik hier cultuurdocent of niet?!
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy, want dan word je lekker nat, Sammy...
De meiden glimlachten. Ze kennen me wel.
... Kijkt niet om zich heen, doet alles alleen en vindt de wereld heel gemeen!
Sommigen lachen bijna gegeneerd. Dat zijn de allerleuksten!
Ze houden van me, ook al zouden ze zich waarschijnlijk kapot schrikken als ik ze dat vertellen zou. Maar ik zal het ze nooit zeggen, want ik heb hun woorden niet nodig om te weten dat ze van mij houden.
Dat ben ik mij bewust. Zie ik aan hun ogen, voel ik aan de luchtigheid van mijn lokaal als zij er zijn. De luchtigheid van een klas die het naar de zin heeft bij hun meester.
Ik sta bij de deur. Linde, Liselotte en Marlotte, lachen zich naar binnen; daar zijn Steffi en Rowanne. Zijn het de meiden die hun namen laten gloeien of is het eerder andersom? Mijn gedachten kabbelen voorbij, terwijl de resterende kinderen de klas binnen komen druppelen, me glimlachend groeten. God, wat heb ik weer een vreselijke zin om eens heel goed, om eens heel lekker, om volslagen idioot en vrolijk en diepzinnig tegelijk dat naamwoordelijk gezegde te behandelen!
In het lokaal staan de kinderen in groepjes bij elkaar. Bijna niemand zit nog; er wordt volop gepraat, gegiecheld en gelachen.
Zacht voor me uit de laatste zinnen van ‘Sammy’ neuriënd, sluit ik de deur. Op weg naar mijn bureau besluit ik in een opwelling voor de klas te blijven staan. Bijna luidkeels zing ik nu de laatste zin, zodat zelfs de meiden die van niets nog wisten wel op móeten kijken.
Hoog, Sammy, kijk omhoog Sammy, er is een die van je houdt.
Ik buig parmantig. Hand overdreven op mijn hart. De meiden klappen grinnikend.
De bel ronkt. De les begint. De kinderen gaan zitten, het wordt rustig.
Het is tien voor half negen.
Dinsdagochtend 1 december 2009.
Het is avond; ik werk achter de computer aan een SO. Esther zit op de bank. Het gezinsleven is goed.
"O ja, Kees, heb je dat gehoord?" vraagt ze opeens.
De urgentie in het 'O ja' waarmee ze begint, zet me meteen op scherp.
Marijn! schiet door me heen, maar dat kan niet. Slaapt de liefste kinderslaap, boven in ons ('het grote') bed.
Wát heb ik dan nog niet gehoord, wat ik blijkbaar allang wél had moeten weten??
Iets te fel draai ik me om.
"Wat dan?" vraag ik.
"Ramses Shaffy is vanochtend overleden."
Ik was voorbereid en toch een bonk.
Een harde bonk.
De tranen in mijn ogen -ik heb meteen behoefte aan al zijn muziek- schiet ik op het internet en lees in het Parool: -AMSTERDAM - Zanger en acteur Ramses Shaffy (76) is dinsdagochtend in Amsterdam overleden.
Het is avond; de eerste vorst van deze maand zit in de lucht.
Ik sta in de tuin.
De sterren fonkelen.