21 december 2006
Op de bouwplaats wordt gewerkt. Het is de kortste middag van het jaar; het licht is vlokkerig, grofkorrelig -onwillig; tegendraads en moeizaam lijkt het overdag in deze tijd enkele uurtjes niet te voorschijn te willen komen.
Een enorme hijskraan wordt met de armen over elkaar, in ruststand, uit de straat gereden. Een even enorme shovel licht hem met felle koplampen bij.
Drie metselaars zijn bezig de muren van de fase twee-woningen te metselen. De grijze skeletten van de huizen tegenover ons staan inmiddels al tot kozijnhoogte in die mooie, rode handvorm klinker.
Het gaat snel.
Op het uur af een jaar geleden fietste ik als een wildeman naar het kantoor van Bouwfonds om een optie te bedingen op het huis waarin vandaag de eerste tussenmuurtjes zijn gezet. Toen was de Bongerd nog een onontgonnen, twee dimensionaal weiland, met een enkele bouwweg. Precies vandaag loop ik in een drie dimensionale straat. In aanbouw weliswaar, maar een straat! En precies vandaag ook is ons huis in Dordrecht verkocht.
"Toeval", zegt vriend Karel, "betekent: het valt je toe". Mooie uitleg. Ook andere Keeskenners weten dat dit alles niet zo toevallig is als het schijnt. Het is de datum: 21-12. Mijn hele leven al vind ik dit de mooiste datum van het jaar: die balans, dat evenwicht tussen de tweeën, en enen. Die spanning ook.
Toevallig deze dag wordt op dit moment ook nog in ons huis gewerkt. Door de tussenmuurtjeszetter. Een soort superman, inderdaad. De tussenmuurtjeszetter-man.
Ik schuifel naar binnen. Tussenmuurtjeszetters moet je niet willen storen. De tussenmuurtjeszetter blijkt een opvallend grote, fors gebouwde man, die lange dagen maakt. In mijn bijzijn zet hij nog zijn laatste muurtje.
We raken in gesprek. Zijn open, zachte ogen vallen me op. Dat die mannen nog bestaan in de bouw, bedenk ik me vooroordelend. Terwijl hij bezig is, praten we over en weer wat over koetjes en kalfjes. Waar we wonen -ik in Dordrecht, hij in Aalsmeer. "Daar achter bij de studio´s, die ken je wel", zegt hij'. Maar al gauw praten we over wat onze beider liefde blijkt te zijn: wielrennen, schaatsen. Alpe d´Huez, de Alpen, de Tour komt langs. Afzien, stuk zitten, marathons -de Elfstedentocht passeert. De Elfstedentocht die hij eenmaal deels geschaatst blijkt te hebben (en ik twee keer uitgeschaatst heb. Maar dat vertel ik alleen hier ).
Hij vertelt me waarom hij vier jaar geleden besloot te stoppen met drinken: "Kwam ik op mijn werk, had ik geen zin. Snap je zeker wel dat ik die dag geen huisje meer af kreeg!"
"Dat is geen leven", beaam ik.
"Nee, je moet toch zín in je werk hebben als je op je werk komt?! Wat voor leven heb je anders? Maar makkelijk is ´t niet, hoor. Ik lustte graag een pilsje. En voor de gezelligheid he. Maar maat houden, dat kan ik niet! Ik moet altijd tot het gaatje gaan!"
Uiteindelijk is het pikkedonker. Alleen de bouwlamp werpt nog een vlek licht in onze toekomstige keuken. Mijn sigaar is uit.
Mijn vriend de tussenmurenzetter besluit naar huis te gaan. Ik beloof hem een volgende keer een boekje over mijn fietstocht naar de Gotthard-pas te geven.
"Dat zal wel afzien zijn geweest!" zegt hij bij het afscheid nemen.
Terwijl de man wegloopt, sta ik nog even voor ons huis. Het is inmiddels vijf voor vijf geworden. Op de minuut af, een jaar geleden, binnenvallend bij Bouwfonds, had ik me niet kunnen bedenken dat ik een jaar later, in ons in aanbouw zijnde huis, zo´n geweldig gesprek zou hebben met de man die de tussenmuurtjes zet.
Twee sterke nachtlampen steken boven de daken uit. Ze werpen scherpe schaduwen op de silhouetten van de huizen in de lege Van den Broekstraat. Ik vraag me af of het mogelijk is om te weten wat ik op de minuut af volgend jaar zal doen.
Misschien gewoon hier voor de deur staan en de verlichte straat inkijken.
Het bouwleven is wonderlijk!
Een goed, opbouwend 2007 gewenst voor al mijn lezers en hun geliefden!
© Kees Bekker, Dordrecht, 21 december 2006
