Terug
Marijn in Bommel
Marijn in Bommel

Ooit ging Martinus Nijhoff naar Zaltbommel om de nieuwe brug over de Waal te zien. Dat was in 1934. Hij ging naar Bommel, schrijft hij in zijn gedicht De moeder de vrouw, en zag daar Twee overzijden die elkaar vroeger schenen te vermijden.

Mooi, dat 'schenen'.

 

Een motief in het gedicht is ondermeer het verlangen van de schrijver naar zijn (overleden) moeder, die zich 'aan de overzijde' bevindt.

Maar daar kwamen wij niet voor. We wilden er zijn om de band tussen ons en Marijn in die brug 'versymboliseerd' te zien. Twee overzijden die elkaar nooit zullen vermijden.

En, laat ik eerlijk zijn, om de band te voelen tussen mij, de dichter en zijn ontroerende gedicht.

De foto is licht bewogen. Het was al laat in de middag; het toestel gaf netjes het symbool 'handje' aan, ten teken dat er beter vanaf statief gefotografeerd kon worden. Maar uiteindelijk geeft juist het wazige de sfeer van dat moment heel goed weer.

 

Het was niet diep aan de rivierzijde van de kademuur waarover Marijn vrolijk wandelde; een halve meter, hoogstens. Ongevaarlijk dus.

De (op de foto helaas net niet zichtbare) bijna volle maan stond hoog boven de nieuwe, naar de dichter vernoemde brug.

 

Zie hier (Wikipedia) voor meer info over de dichter.

De moeder de vrouw

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap, wijd en zijd -
laat mij daar midden uit oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

 

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.