Über alles (2)
Boven alles uit steken de bergen.
We waren er, in de bergen rondom Oberstdorf, in de zuidwestelijke hoek van de roemruchte deelstaat Bayern, regio Oberallgaü, Duitsland dus, tussen tweede kerstdag en 2 januari. Op die laatste dag vertrokken we weer, 's morgensvroeg. Rijdend op de A7 richting Ulm kwamen we langs een snoes van een raststätte, kunstraststätte Illertal-Ost. Een lust voor het oog en de smakelijkste cappuccino van heel Duitsland.
Oberstdorf ligt aan de voet van de Alpen. Beter gezegd: tussen de tenen ervan, maar in dezelfde aanbidding. Tot ongeveer veertig kilometer noordelijk van het stadje is het landschap weinig verheffend, laat staan dat er hooggebergte te zien is. Links en rechts van de weg een licht glooiend midden-Limburgs landschap. Je denkt al gauw: mooi, dat wel, maar hier kom ik toch niet voor. Van sneeuw is al helemaal niets te zien en dat bijt nog net een graadje harder als je op skivakantie gaat. Misschien hadden we toch iets moeten boeken in Garmisch, of in Berchtesgaden of erger nog, in Inzell.
Denk je dan.
In deze onwinterse stemming naderden we Oberstdorf, in de vroege middag van de tweede kerstdag. Geen files, geen sneeuwploegen, niets dat niet deed denken aan een doorsnee Hollandse decembermiddag rondom, pakweg, Venlo. Tot een kilometer of twintig noordelijk van het stadje er opeens contouren van bergen zichtbaar worden. Het deed me denken aan de Povlakte, wanneer je van Milaan naar Zwitserland rijdt en je jezelf begint af te vragen of je niet per ongeluk in oostelijke richting, richting Venetië, aan het rijden bent. Zo vlak!
(Tot je natuurlijk de zuidelijke Alpentoppen ziet verschijnen, als wolken boven de horizon.)
Met mijn volle aandacht voor de hopen bijeengeschoven sneeuw, rijden we de werkelijkheid van het sprookje Oberstdorf in en ik besluit nooit meer ergens anders heen te willen dan naar deze plek.
© Kees Bekker, Utrecht, 10 januari 2009