maandag 26  mei:

 

Echte vriendinnen

 

Ergens, halverwege de jaren zeventig, vertelde ik eens, naïef als ik toen was, tegen mijn Zappiaanse en andere flower-powerpopmuziekvrienden, dat ik weg was van ‘Mon Amour’, van BZN. Die song maakte me intens blij. Het up-tempo, de passie en vooral de zinsnede: ‘L’avenir, c’est très formidable!’, dat ze dát durfen te zeggen! Het voedde me met ongekende hoop, toen, in die kille, koude oorlogs jaren zeventig.

Nu was die opmerking natuurlijk ook bepaald niet slim voor een verlegen jongetje als ik, dat naarstig op zoek was naar echte vrienden: ik werd uitgelachen, weggehoond. Gelukkig hield ik ook van tamelijk obscure bands als Caravan en Soft Machine, zodat ik niet helemaal onder de intellectuele hoeven van mijn toenmalige vrienden vertrapt werd.

 

Op school ging het in die tijd een stuk minder, maar sociaal gezien was ik een vlotte, hoogbegaafde leerling: binnen een jaar slaagde ik er in om in al mijn vriendenkringen mijn intense liefde voor Abba wijselijk morsdood te zwijgen. Niemand die van mij vernam hoe ik stiekem thuis volop genoot van hits als ‘Dancing queen’, ‘Mama mia’ en ‘I wonder’. Over mijn aanbidding van de blonde zangeres Agnetha, was ik zo mogelijk nog zwijgzamer. Dat had ook trouwens niets meer met Muziek te maken, vrouwen. Over dergelijke lusten werd in de kraakpanden, waar ik toen regelmatig over de planken kwam, niet gesproken.

Door mij over gedroomd des te meer.

Derhalve luisterde ik dus braaf met mijn vrienden en vriendinnen mee naar de bands van die tijd. Molochen zoals Yes, Genesis en de heren van Pink Floyd vulden de muzikale jaren twintig van mijn leven. Dat ik mijn voorkeur op muzikaal gebied ondertussen wel erg goed afgeleerd had te verkondigen, bewees ik mezelf aan het eind van de jaren zeventig, toen John Travolta met zijn twee beroemde discofilms de ondanks Abba toch wel degelijk ingekakte populaire muziek weer tot leven had gewekt. Zonder blikken of blozen en volkomen tegen mijn van nature vrolijke muzikale smaak in, beweerde ik tegen mijn inmiddels hoog opgeleide vrienden dat ik ‘Y.M.C.A’ van de mannen (nou ja…) van the Village People "ook vreselijk haatte". Over die andere ‘nou ja-mannen’, die van the Bee Gees, werd in die kringen überhaupt niet gesproken. Ook niet meer door mij. Ik bezat inmiddels een uiterst sterk ontwikkeld zintuig voor wat men ‘foute muziek’ vond en paste mij, in mijn streven naar hun warme vriendschap, genadeloos aan mijn vrienden aan.

          Maar, het kwam allemaal goed. Zoals dat nu eenmaal gaat in een jongensverhaal. Ik kreeg veel, maar echte vrienden, plus een droom van een vrouw en een wolk van een zoon. Alles wat ik wenste, in die jaren dat ik soms radeloos zocht, is er. Niets ontbreekt.

 

Ik moest aan deze persoonlijke muzikale reis door de tijd denken, afgelopen zondag, toen ik met mijn droom en wolk bij K3 was. De dames bestaan tien jaar en vieren dat door dit jaar vele shows op Nederlandse en Belgische bodem te geven. En wat voor shows!

Afgelopen zondagmiddag, in Zwolle, heb ik genoten zoals ik zelden van muziek en zang genoten heb: natte ogen van puur geluk. Wat een fantastische meiden, die schoonheden van K3! Wat een show! Het liefst zou ik er een boekwerk aan wijden, maar dat zou hier te doldwaas zijn. Daarom, in één woord mijn commentaar op hun optreden: BRILJANT!!

 

Mijn zoontje, Marijn (4 jr.) is groot fan en dat hij het prachtig vond, was te verwachten (maar daarom niet minder mooi). Maar ik, tegenwoordig degelijk en gestaald dEUS-fan, had niet verwacht dat hun optreden mij zoveel zou doen! Ik heb me daar toch hooglijk over mezelf verwonderd -en me afgevraagd waarom dit optreden mij nu zo raakte.

‘t Is simpel: net als tijdens optredens van mijn favorieten dEUS, genoot ik deze middag van de muziek uit mijn eigen hart en niet van muziek uit het hart van vermeende vrienden. Dat is wat ik na ruim dertig jaar geleerd heb. Zonder school.

            Toen de dames het podium betraden, keek ik naar mijn zoontje: de blije glimlach die er toen rond zijn mond verscheen, kwam zondermeer en kaarsrecht uit zijn grote kleine kinderhartje. Alleen al daarom ben ik mijn drie vriendinnen eeuwig dankbaar! Jawel zeker, alleen al hierom: om hun liefde. En als dat woord misschien te groot is, dan deze vraag: welke inmiddels ouwe knakker, van welke door elke intellectueel (en mij!) o zo gerespecteerde wereldverbeteringsband zong dat ook alweer, ruim twintig jaar geleden: ‘In the name of love, what more in the name of love?’ ?