Terug
donderdag 23 oktober 2008:

 

Über alles

 

Heerlijk, Duitsland.

Het vakantiehuisjespark, onderdeel van het Nederlandse Roompot waar we in de herfstvakantie een paar dagen verbleven, was meer van hetzelfde en kon voor mij de pot op. Waren we afgelopen zomer op een vergelijkbaar soort locatie in Nederland, was ik net een beetje mijn aversie tegen die voorgeprogrammeerde huisjesparken kwijtgeraakt, zaten we in Duitsland op een park waar ik, als ik zou willen, zo weer bij nul had kunnen beginnen. Wat zeg ik, bij minus nul.

Derhalve, niet getreurd! We hebben ons bovenstebest vermaakt: je kunt er namelijk ook nog altijd af, van zo'n park. Ik vermoed dat veel mensen dat gewoon niet weten: dat ze vrij zijn om te gaan en te wandelen waar ze willen! Ik bedoel: we zaten daar dan wel in Duitsland, maar er zijn allang geen concentratiekampen meer!

 

- Op een van die dagen rijden we naar een stadje aan de Moezel, op zo’n veertig kilometer afstand van het park. Bernkastel-Kuet heet het oord dat 53 jaar van mijn leven niet voor mij bestaan heeft.

De door ons puur vanaf de kaart voorgegokte plaats blijkt een enorm schot in de roos te zijn! Volendam en Marken zijn er niets bij vergeleken. Amsterdam een lachertje.

Om te beginnen de reis, vanaf Roompot naar daar, veertig kilometer door de schitterende bossen van het Duitse middelgebergte (De Hundsrück geheten; topjes tot zo’n zes-, zevenhonderd meter hoog). Alles in Indian-summer outfit; waar je maar kijkt: bos, bos, bos. Slechts hier en daar een weiland met koe of een veld met gele, verdorde, waarschijnlijk door de kou overvallen en zich daarna doodgeschrokken mais. Qua kleurschakering minder explosief dan de befaamde Canadese herfstwouden, derhalve van een schoonheid waar je bijna stil van wordt. Of heel hard van gaat jubelen, zoals een dag eerder toen Marijn ons tijdens een wandeling met z’n drietjes door een van die sprookjesbossen bedolf onder een sneeuwbui van droge, afgevallen blaadjes.

 

Fahren, fahren, fahren, niet auf der Autobahn en dan, zomaar opeens beneden je: een glinstering. Je weet genoeg: dat was de Moezel. Opnieuw een spiegelend vlekje, dan weer rijen strak in het gelid staande wijnranken, een plukje bos en wederom gedurig aflopende hellingen met wijnranken. Bijna tot aan de oever van de rivier toe. ‘t Is dat de weg er nog naast moest!

Vanaf een geleidelijk steeds meer rivierwaards aflopende hoogvlakte duiken we, tot groot genoegen van Marijn, met vele heerlijke haarspeldbochten omlaag naar de rivier die steeds dichterbij komend inmiddels prachtig ligt te glanzen in een mild oktoberzonnetje. Een glad oppervlak van zacht, zojuist gesmolten zilver. Hier en daar onderbroken door een veldje felle windribbels, voor de goede verstaander ten teken dat er regen aan zit te komen. De Moezel in vol ornaat: verstild en toch vrolijk, waardig en toch speels. En dit alles al zo vaak bezongen, soms met afschuw beluisterd en alles o zo herzlich und gemütlich Deutsch!!

Maar nog nooit eerder door mij aanschouwd! Werd hoog tijd! Ik bedoel, je kunt toch niet doodgaan zonder ooit de Moezel gezien te hebben? Of die wijnranken die quasi nonchalant de hellingen bevolken of ze er al staan sinds de Romeinse tijd?

Eerder zou ik me die Moezelvragen nog niet hebben durven stellen. Of ik zou er heel hoonhard om gelachen hebben. De mensen van de Unesco werelderfgoedclub moeten maar eens gauw komen kijken in deze buurt!

En anders maar gewoon alle mensen zelf.

 

En opeens ben je er: Bernkastel-Kuet. Tenminste als het vlekje huizen aan de overkant van de rivier, waar we via een soort Praagse Karelsbrug naartoe geleid worden en onze auto kunnen parkeren, dezelfde naam heeft. (Las in een folder dat het vlekje huizen Kuet heet.)

Brede rivier, de Moezel. Vergelijkbaar met de Rijn bij Arnhem; iets breder weliswaar en zonder strekdammen.

 

De brug terug over gelopen en zonder inleiding, voorbereiding of andere leiding meteen recht en midden in de toeristenfolder gestapt: schattige straatjes, pleintjes en steegjes, vakwerkhuizen en vele andere oude huizen in de mooiste kleuren van de regenboog, gekruld en ongekruld, strak, scheef en statig en overal weinkellers. Zoals dat ook hoort in zo’n Moezelwijngebied.

 

Veel krulletjes, stijl en grijs achterovergekamde haren en groene jagersvestjes op straat waardoor er direct een uiterst gemoedelijke, belegen, bijna vroeg naoorlogse sfeer heerst. Ons niet meegerekend slechts enkele gezinnetjes. Overigens direct herkenbaar aan vaders en moeders die hun verveelde dochters van twaalf, dertien jaar bijna wanhopig duidelijk proberen te maken dat het hier, echt, heel mooi is!

En die daar maar niet in slagen.

“Eigenwijze trut, dan kijk je niet!” hoorde ik een keer in hoog-Nederlands een vader zijn dochter toesissen. Maar die dochters zijn helemaal niet eigenwijs. Die dochters willen best, en heel graag kijken. Alleen, ze willen slechts kijken naar wat er daar die middag juist helemaal niet was: mooie jongens. Ja, sis ze dan maar dom toe! Zo blijven ze verveeld! Ik moet eerlijk bekennen: waarlijk tot mijn grote, warme genoegen. Niets leuker dan veilig vanaf achter de warme terraskoffie verveelde jonge meisjes van zo rond de twaalf, dertien jaar bespieden, bekijken, beschouwen, en zacht beoordelen. En o zo blij zijn dat je geen dertienjarig meisje bent en met je vader en moeder een verplicht nummertje Bern- “ja, hoe heet het daar dan verder ook alweer?” moet doen!

Ik heb het nu dus over als ze niet op school zijn. Niet in hun niche. Bij mij in de klas gaat het er wel anders aan toe met dames van die leeftijd! Mijn klas en mijn lessen zijn geen gemütlich Bernkastel! Integendeel zou ik willen zeggen!

Achteloos luxe winkels ook, met uitstallingen waar je in Nederland al gauw je hele vakantieportemonnee aan kwijt bent. Daarentegen, cappuccino voor 1,50 euro en tosti voor nog geen twee euro, wie had het over Damrakprijzen?

Kortom, mijn geliefde Deutschland op z’n smeuïgst, maar zoals ik het nog niet eerder had gezien!

Ongegeneerd foto’s gemaakt ook. Midden op straat als de eerste de beste huppeltoerist het toestel boven je hoofd om een foto net van díe kerktoren te kunnen maken. Of van net dát huis met die versierde barokke gevel. Sorry mevrouw, even mijn zoontje erbij. Ja, Danke! Zie ik daar een blauw huis van drie etages? Op de foto! Een rose huis van twee etages? Op de foto! Een stenen poes op een buitenvensterbank? Op de foto! Staat Marijn daar op een trapje? Op de foto! Esther en Marijn samen langs een half gekanaliseerd, dartel kabbelend beekje? Een vallend blaadje? Vogels? Op de foto. Alles op de foto. Alles! -

 

Ik durfde niet te kijken hoe het zat met de opslagcapaciteit van de kaart in het toestel, maar ik vermoedde dat we de driehond-grens die dag aardig genaderd zijn.

Dat zijn nog eens grenzen.

Wat een heerlijke middag in Duitsland was dit. Lang leve de Roompotparken!! Zo zie je nog eens wat tenminste, van waar je niet bent.

 

Kees Bekker

Gekruld en ongekruld, strak, scheef en statig - Bernkastel, Markt. Marijn en Esther op de voorgrond.
Gekruld en ongekruld, strak, scheef en statig - Bernkastel, Markt. Marijn en Esther op de voorgrond.
Het Sprookjesbos.
Het Sprookjesbos.
Ga verder naar...
Ga verder naar...
In het gelid staande wijnstokken.
In het gelid staande wijnstokken.
Strak, scheef en statig.
Strak, scheef en statig.
Een blauw huis...
Een blauw huis...
Een rood huis...
Een rood huis...
Jut en Jul
Jut en Jul
Zooropa
Zooropa
Bij de beer van Bernkastel.
Bij de beer van Bernkastel.