Sneeuwbloemen

Sneeuwbloemen

 

Er lag sneeuw. We wilden naar buiten, Marijn, mijn zoon van zes, en ik, zijn vader met een sneeuwhart van zes. Na een stukje fietsen besloten we door het toekomstige Leidsche Rijnpark te gaan lopen. Over half voltooide paden, langs stugge, pas gepote struikjes die ritselden in de wind en langs een graafmachine die ons traag passeerde. De machinist groette ons: mannen, net als hij, op weg door het winterweer.
We keken of de slootjes het al hielden; hakje tikken op het ijs, aan de kant, even op het ijs staan, tóch. Onverantwoorde vader, met zoon die toekijkt of...  Zo begint dat, een Elfstedentocht. De lucht was antraciet, maar een zachte, milde vorm daarvan. We wandelden door weilanden die nog lang geen park zijn en door een park dat allang geen weiland meer is. We liepen over een brug, ergens in een prachtig, wit niets. Mijn zoon zag ze het eerst: “Pappa, sneeuwbloemen.”
Ik hoefde alleen nog maar te klikken -en een brokje weg te slikken.

 

 

© Kees Bekker, Utrecht, 17 december 2009

 

(Bovenstaande tekst werd ook  gepubliceerd in dagblad Trouw. )