Terug
Woning in maquette
Woning in maquette

Woest en ledig was het Zand - in den beginne, op 21 december 2005 (voor de kenners wellicht interessant: het was 21-12), op het moment dat ik me leeggefietst en druipend van het zweet, om tien voor vijf ´s middags, meldde bij de verbaasde receptioniste van Bouwfonds Fortis, in hun kantoor aan de Straatweg in De Meern - om er te vernemen dat er nog slechts drie woningopties waren... .

               

En zo begon dit alles, met een glaasje fris van de receptioniste ("Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt!"), met een vriendelijk glimlachende, kaart uitvouwende Bouwfonds man, met zweet, met stank, waarmee al het ijs gebroken werd.

 

© Kees Bekker, Utrecht, december 2005

Woest en ledig
Woest en ledig
Maquette, detail
Maquette, detail
Marijn op de VdBbouwstraat
Marijn op de VdBbouwstraat
De glossy tekening van onze huizen
De glossy tekening van onze huizen
Marijn op het lege Zand.
Marijn op het lege Zand.
Hier is
Hier is 't!!
Plassen voor het witte huis
Plassen voor het witte huis
Zicht op de Westlandse tuin en de onbebouwde Bongerd vanaf de Dudoksingel.
Zicht op de Westlandse tuin en de onbebouwde Bongerd vanaf de Dudoksingel.

De afbraakkasboer

 

Afgelopen zondag met het hele gezin even wezen kijken bij de bouwplaats. Goed opgelet dat we niet op het terrein van de eigenaar van de afbraakkas langs de Parkzichtlaan zouden komen. De eigenaar van een stukje land die niet wil wijken voor de uitdijende stad. Vandaar dat alles er nog steeds in originele staat is en het land er omheen er allang niet meer bij past.

 

Vanochtend had ik een uurtje vrij en stond ik bij het heien te kijken, met mijn neus door het hek. Leuk om te zien. Ruim 40 jaar geleden had ik voor het laatst naar het heien gekeken. Die geur, die vette oliewalm, het pluimpje rook na iedere slag brachten me zonder moeite terug in de opbouwjaren zestig!

Het verraste me dat ik het nog steeds zo leuk vond, kijken naar het heien. Het allerleukste was nog wel het feit dat de heipaalman spontaan naar me zwaaide. Alsof hij wilde zeggen: meneer, ik was vroeger ook klein en we doen ons best voor u!

 

Maar blijkbaar stond ik op het terrein van de afbraakkasboer, want opeens hoorde ik de vraag waar ik in die omstandigheden altijd voor op mijn qui-vive ben:

"Meneer, wat doet u hier?"

"Goedemorgen, ik kijk naar het heien".

Blijkbaar niet het juiste antwoord. Licht geďrriteerd vroeg hij:

"Maar waar komt u vandaan?"

"Uit Dordrecht", antwoordde ik vriendelijk en naar waarheid. Enigszins in verwarring vroeg hij verder: "Ik bedoel, hoe bent u hier gekómen?"

"Met de fiets", antwoordde ik.

Ik heb een fiets op het station in Vleuten staan, die ik voor mijn Bongerdtripjes gebruik. Maar het werd hem blijkbaar te bar. "Meneer, u bevindt zich op mijn terrein!" Nadruk op “terrein”.

Ik keek eens rond: de afbraakkas: deels weggezakt, gebroken ramen, planten die zich naar buiten wringen. Vandaar een modderspoor naar een huis op niet geringe afstand; plassen water links en rechts met hier en daar wat ijs, een veldje dorre pollen - een terrein dat wellicht allang van eigenaar gewisseld is. Een afrastering tussen mij en de Parkzichtlaan kon ik ook niet ontdekken.

Het begon te sneeuwen en de vlokken joegen in een mum van tijd langs onze hoofden. Ik had genoeg gezien, het was tijd om te vertrekken.

"Dank u voor het kijken en sorry dat ik u stoorde". Ik groette met een knikje, de man in verbijstering achterlatend. Ik was niet kwaad geworden, ik bleef voorkomend. Ten slotte, het wás mogelijk dat ik me op zijn terrein bevond én dat dat hem terdege stoorde.

Hij probeerde het nog één keer. Terwijl ik langs hem heen liep, beet hij mij toe: "Ja zeg, als ze dat allemáál gaan doen ... !"

Ik draaide me om. "Dóen ze dat dan allemaal?" vroeg ik.

"Allemaal!!" reageerde hij als gestoken door een wesp.

Ik wist niets meer te zeggen en liep glibberend door de modder naar mijn fiets. Ik vroeg me af hoe ik er straks voor de klas weer toonbaar uit zou kunnen gaan zien.

 

De afbraakkasboer staarde mij na. De sneeuw joeg over het land, de heimachine heide luid en vrolijk en ik nam me voor de volgende keer niet meer op zijn land te komen. Láát het nog even zíjn land zijn, volgend jaar ligt er de Van den Broekstraat.

 

© Kees Bekker, Dordrecht, 7 januari 2006