augustus 2007

donderdag, 22 augustus

Na alle opgewonden opbouwsessie's is het tijd om eens wat bedaarde afbraaktaferelen te laten zien. Terug naar Dordrecht, naar het na-oorlogse Wielwijk, waar Esther en ik vanaf de zomer van 2001 tot rond ons trouwen in de zomer van 2002 naar volle tevredenheid gewoond hebben.

De ruim opgezette wijk, gelegen min of meer parallel aan de A16, in het zuidwesten van de stad, werd net na de oorlog gebouwd, vooral ten behoeve van werknemers van Fokker. De architecten (o.a. Van den Broek en Bakema...!) hebben zich laten inspireren door het Nieuwe Bouwen, wat inhoudt dat zij elementen zoals ruimte, lucht en licht ("Transparantie") veelvuldig hebben laten terugkeren in het stedelijk plan.

 

Dat we er naar volle tevredenheid gewoond hebben is vooral bijzonder omdat we van alle bestaande vooroordelen (wie kent ze niet?) over deze 'prachtwijken' -zoals de huidige minister dit soort wijken placht te noemen- in het jaar dat we er woonden, volstrekt niets gemerkt hebben. We voelden ons er absoluut veilig; sterker nog: we dachten zelfs niet eens aan dat modernistische fenomeen 'veiligheid'. En hoewel de auto's op nog geen 100 meter van onze op de vierde verdieping van ons flatje gelegen woning voorbij knarden, merkten we dankzij de fraai vormgegeven en zeer effectieve 'brandinggolf-vormige' geluidswand vrijwel niets van enig snelweglawaai. Integendeel, op zomerzondagochtenden (maar ook door de week) werden we vaak wakker van het uitbundige vogelengezang! In zo'n sfeer zijn kippenpoten die we soms onder de balkons vonden, natuurlijk eerder charmant dan ergelijk.

 

Nu staan de flatjes op de nominatie om gesloopt te worden. Dit alles in het kader, uiteraard, van het plaatselijke stadsvernieuwingsproject.

Dinsdag 7 augustus, op weg naar de Hoekse Waard, fietste ik langs, stond ik stil en nam ik enkele foto's van dat inmiddels deels al uitgeklede flatje, en van die woning op de bovenste verdieping (achter de top van de boom), waar we ons een jaar lang zo bijzonder thuis voelden.

En bijzonder voelden.

 

 

Gegroet!

 

 

Esther en Kees