24 januari 2007
Op het weblog van de toekomstige bewoners van de Bongerd-noord (zie: hier) werd ooit eens gesuggereerd dat bepaalde mensen, afgaande op het aantal malen dat ze op de bouwplaats aanwezig zouden zijn, er wellicht zouden bivakkeren. Het zijn momenteel niet echt temperaturen om in de Bongerd te verblijven, maar anders zou dat wat betreft ons (huis) zeker aan de orde kunnen zijn. Er gebeurt op dit moment zoveel tegelijk dat zelfs een tijdspanne van drie dagen bijna al te ruim is om alle ontwikkelingen nog stapsgewijs te kunnen volgen.
Een greep uit wat er in drie dagen tijd gebeurd is: de dakkapel is geplaatst, alle stopcontacten zijn uitgefreesd en ingemetseld, een redelijk groot gedeelte van het huis achter is gemetseld, in de huiskamer staat de convectorput klaar om 'afgezonken' te worden en bij de voordeur heeft men de aansluiting voor de huisbel ingemetseld. Kortom: er wordt door de mannen van Koopmans, zelfs in deze vorstige dagen, keihard gewerkt. Complimenten!
Terwijl ik routinematig bezig was mijn fotowerk te verrichten, liep ik Koopmans’ hoofduitvoerder tegen het lijf. Deze bleek zijn dagelijkse 'rondje Bouwplaats' te lopen, in gezelschap van zijn (niet blafferige) herder. Een rustige en bijzonder innemende man die uitlegde dat het na werktijd altijd "zo prettig" is om ongedwongen over het Werk te lopen.
"Je kunt dan alles lekker laten..." -waarna hij met de hand een spiraalvormige draai naast zijn hoofd maakte.
Ik voelde me direct, en op een bijzondere manier aangesproken. In de jaren tachtig en negentig, toen ik nog (dagelijks) tuinen aanlegde, deed ik namelijk precies hetzelfde: de tijd na werktijd benutten om ontspannen even langs ‘het Werk’ te lopen, om het te beschouwen.
"Overdag ben je ten slotte bezig", vervolgde hij, "zit je midden ín je werk. Dit is het moment om er even afstand van te nemen. En om ervan te genieten", besloot hij.
Allerlei onderwerpen passeerden. We kwamen op het metselen tijdens een vorstperiode. De hoofduitvoerder maakte mij duidelijk dat metselen, zolang het overdag (nog) niet vriest, in principe geen probleem is, "zolang je maar niet te vroeg begint en op tijd stopt. Het vocht in het metselwerk", vervolgde hij, "heeft ongeveer twee uur nodig om te verdampen en/of te reageren met de verschillende speciecomponenten. Dat wil dus zeggen dat ik mijn jongens er, bij deze temperaturen, om twee uur mee laat stoppen."
"En 's morgens", vroeg ik, "bevriest de specie dan niet?"
"Nee, het komt in 't algemeen vrij warm uit de auto. Alleen als het nog kouder wordt, moet ik per dag natuurlijk alles opnieuw bekijken."
Na deze uitleg kwam hij te spreken over het belang van 'schoon werken', het rommelvrij houden van een bouwplaats (hij wees naar een uitpuilende container: "Vind ik zo hinderlijk! Laat ik morgen meteen weghalen.") en over "eerlijk zijn naar de mannen toe".
De avond leek te willen wachten met vallen. Een grijzige, koude nevel hing boven het eind van de Van de Broekstraat toen we met een stevige handdruk afscheid namen.
"Erg prettig met u gesproken te hebben", zei de hoofduitvoerder.
Ik liep naar mijn fiets in de warme wetenschap dat ons huis in zeer vakbekwame, goede handen is.
Gegroet!