13 augustus 2009
Paradiso d'Italia!
(Nederlandse) vrienden van ons (de echtelieden P & C; niet het modemagazijn) wonen in Italië -niet in Toscane, maar in de provincie Imperia. Italië kent 20 regio's en 109 provincies; de door ons bezochte provincie onderdeel is van de kustregio Liguria. Landschappelijk bezien echter vormt de streek één geheel met de tamelijk poenerige en qua bevolking veel afstandelijker aanvoelende Franse Riviera, zeker vergeleken met het mondaine en bepaald veel intiemere Liguria,
Onze geliefden wonen op een kilometer of dertig van die Franse grens, in het uiterst dun bevolkte, bergachtige, Ligurische binnenland. In een tijdsbestek van krap twintig jaar zijn zij er in geslaagd om van een verwaarloosd stuk land een paradijsje te maken. Zeg ik, zonder een centje overdrijving. Want tegenover veel goed bedoelende landgenoten, die in vaak niet al te verre buitenlanden vergelijkbare stukjes grond kopen en die dan gaan ‘cultiveren’, sta ik nogal huiverig. In veel van die goed bedoelde gevallen namelijk ontstaat niet zelden een even zo goedbedoeld misbaksel, dat uiteindelijk net zo weinig in het oude landschap ingebed is als voorheen het verwaarloosde perceel.
Waarschijnlijk de agrarische achtergrond van beide echtelieden, gecombineerd met het technisch inzicht van vriend C (C heeft twee rechterhanden en een goed stel timmermansogen) zal de reden zijn dat er ter plekke een Hof van Eden ligt: op een dicht tegen een beek aan gelegen, niet al te steil gedeelte van een verder volledig beboste berghelling, hebben ze verschillende terrassen van hun ruigste begroeiing ontdaan. Hierbij is rond een aanwezige stenen hut -waarin oorspronkelijk (tamme) kastanjes werden gedroogd- een ‘leefgedeelte’ ontstaan. Dit leefgedeelte heeft meer weg van een bijna klassiek-Romeins aandoend ‘buiten’ dan van een concrete woning in de letterlijke zin des woords. In een ruime cirkel daaromheen fungeren half overgroeide paadjes en onverwachte, met bloemen begroeide 'uitsparingen' in het oorspronkelijke bos, als een soort overgangszone, die je bijna zonder dat je het weet in enkele stappen weer terug in de 'echte' natuur brengen.
Een fijne plek om te zijn, kortom.
De meeste dorpen in de directe omgeving hebben zeer goed bewaarde middeleeuwse kernen. Het dichtstbijzijnde dorp is Badalucco (1250 inwoners) en is gelegen langs de Argentina, een vrij brede, maar in de zomer bescheiden stroom.
De kuststreek is vrij dicht bevolkt, maar nergens hinderlijk overbevolkt. Onder de Italianen is het gebied vooral bekend als de Riviera dei Fiori, oftewel de Bloemenriviera. Bloemen hier ten overvloede, inderdaad. En niet alleen ín de kassen, maar vooral ook er buiten. De vele Oleanders verwonderen me iedere keer weer met hun uitbundige bloei, vooral de sprekende, rode exemplaren. En als ik de grijszilveren aura's die de Olijfbomen 's morgensvroeg soms om zich heen lijken te hebben, moet beschrijven, dan red ik er niet met verwondering alleen.
In de week dat we er verbleven, hebben we ons ook vermaakt aan zee, waar het een aantal dagen flink tekeer ging: golven van twee á drie meter hoogte waren eerder regel dan uitzondering. Zulke hoge golven ontstaan wanneer depressies elders op de Middellandse Zee rondspoken en huishouden. De hierdoor veroorzaakte deining bereikt in sommige gevallen de kust. Afhankelijk van de koers en intensiteit van de lagedrukgebieden kan dit proces dan dagenlang aanhouden. Een en ander is vergelijkbaar met de golven die de bekende 'steen in het water' veroorzaakt. Vandaar dat we op die dagen genoten van de on-Nederlandse combinatie van hitte en hoge golven. Vanzelfsprekend kon je als zwemmer die dagen niet ver de zee in. Maar dat hoefde ook niet met zulk weer: Marijn en ik konden van de golven en de zee in ieder geval geen genoeg krijgen.
Vandaar dat we er wel lang in zaten.
De meeste tijd brachten we echter door op het land van onze vrienden. Op die hete, Italiaanse dagen genoten we van de vele schaduwrijke plekken en het zoete, koude water van de kraakheldere beek die over hun terrein stroomt. Vooral Marijn was niet weg te slaan bij het water en de stenen. Daar kwam bij: waar hij ging, ging Segoutia, het allerliefste vuilnisbakje van onze vrienden.
's Avonds werd het zachte geruis van de beek gefilterd door een deken van krekelgetjirp.
's Nachts liepen we naar onze slaapplaats en schitterde de Melkweg.
Wat we verder nog in dit Paradiso di Liguria gedaan hebben? Zoals het hoort in het paradijs: een slang gezien, een appeltje gegeten en onbezorgd verder geleefd.
Ciao!
© Esther en Kees, Utrecht, 13 augustus 2009
(over Paradiso gesproken: luister en kijk (goed) ook even hier)